De bekende onderzoekers Birgit Östman en Lazaros Tsantaridis schreven in 2016: “It’s relatively easy to obtain an improved fire performance of wood products.”Iedereen kan hout brandvertragend behandelen. De echte uitdaging is om het effect buiten, in weer en wind te behouden. Steeds meer onderzoek toont aan dat dit zonder periodiek onderhoud vrijwel onmogelijk is.Ook in dit thema staat wetenschap recht tegenover de industrie.Tijd om de wetenschap aan het woord te laten...
De wetenschappelijke consternatie:
De duurzaamheid van brandvertragende behandelingen is voor de wetenschap al vele jaren een zorgenkind.
Net zoals bij ecologische thema’s als microplastics gaat het om een probleem dat heel technisch en amper of niet zichtbaar is en daarom vaak genegeerd wordt door de industrie.
Hier staan de belangen van de industrie vaak recht tegenover de wetenschap: waar wetenschappers waarschuwen voor snelle degradatie, gaat de markt door met verkopen op basis van laboratoriumtesten, bijzondere whitepapers, onmogelijke claims, etc.
Sterker nog, de industrie verkoopt zich als kennispartij waardoor het probleem enkel maar versnelt.
Als we de ecologische revolutie in de bouw succesvol willen doorzetten, moeten we dit patroon dringend doorbreken.
We kunnen niet wachten tot normering achteraf grote problemen aantoont en het rechtzaken regent.
We moeten zelf nu reageren.
Wat de wetenschap zegt:
Engström & Psajd (Lund University, 2024)
Engström en Psajd onderzochten de duurzaamheid en effectiviteit van brandvertragende behandelingen in versnelde en natuurlijke veroudering.
Dit deden ze aan de hand van literatuurstudies, interviews en praktische proeven.
Het wetenschappelijk onderzoek toonde aan dat natuurlijke veroudering na enkele weken al een significant effect heeft op de ontstekingstijd (ignition time) en de Total Heat Release Rate (THRR).
Met infraroodspectroscopie bewezen zij dat de concentratie van brandvertragende stoffen al na enkele weken merkbaar afnam.
Het onderzoek toont aan dat de eigenschappen van het materiaal al na enkele weken veranderden.
Carolina Arvidsson (Lund University, 2025)
De meest recente stap kwam van Carolina Arvidsson, begeleid door Konrad Wilkens F. Brown (postdoctoral fellow), bij het Department of Fire Safety Engineering, Lund University.
Mevrouw Arvidsson schreef haar indrukwekkende thesis op basis van realistische tests.
Zij voerde een veldstudie uit waarbij geveldelen na 1 à 2 jaar blootstelling in Zuid-Zweden werden gedemonteerd en getest.
De stalen kwamen van de noord- en oostgevel, oriëntaties die normaal de beste kans op succes bieden door minder UV-belasting.
Toch bleek ook hier de brandreactie significant verslechterd.
Arvidsson concludeert helder:
- Er is een tekort aan duidelijke documentatie en begrip over brandvertragende producten.
- Er zijn geen sluitende onderhoudsvoorschriften om een blijvende brandreactieklasse te garanderen.
- Er is een groot verschil tussen een geslaagde brandtest en een werkelijke prestatie op gebouwschaal.
- Kunstmatige veroudering geeft heel andere resultaten dan natuurlijke veroudering.
Sterker nog, Carolina ontdekte dat er een mogelijke correlatie is tussen de kleur van het hout en de conditie van de gevel.
De kleur van het hout kan hypothetisch dienen als een eerste indicator om de kwaliteit van de brandvertrager in te schatten.
Als het hout vergrijst, zal het een significante degradatie van brandvertragende eigenschappen hebben.
Een bijzonder interessante hypothese om verder te onderzoeken.
Hier vindt u de link naar dit wetenschappelijk document: KLIK HIER.
Tijd als ontbrekende factor:
De kern is duidelijk:
Een brandtest is een momentopname en tijd ofwel veroudering moet structureel worden meegenomen in de analyse van brandveiligheid.
Een gevel kan bij oplevering probleemloos voldoen aan brandklasse B, maar binnen enkele maanden terugvallen naar klasse D of lager.
Daarmee verandert een brandvertragende gevel van een beschermende schil in een potentiële brandverspreider.
Periodieke nabehandeling is dus onvermijdelijk en moet doordacht en aantoonbaar correct worden uitgevoerd.
Een oppervlakkige verflaag of toegevoegde hars is enkel een tijdelijke verlenging en volstaat niet.
Situatie in Europa:
Sinds oktober 2017 bestaat de EN 16755, deze laat verschillende manieren toe om de duurzaamheid in Europa te onderzoeken.
Hoewel je verschillende mogelijkheden hebt, geldt dat de natuurlijke verouderingstest (EN 927-3) met een SBI test (EN13823) de enige maatgevende methode is bij een dispuut.
Enkel deze testmethode geeft juridische zekerheid bij problemen.
We zijn ondertussen bijna acht jaar verder en toch is er nog geen enkele brandvertragende behandeling die deze test succesvol heeft afgerond.
Dat betekent dat de markt anno vandaag massaal vertrouwt op testmethodes waarvan de wetenschap al jaren duidelijk aangeeft dat het niet klopt.
Toch zien we dat:
- Sommige leveranciers helemaal niets kunnen aantonen.
- Anderen zich beroepen op niet-geldige normen.
- Velen verwijzen naar de combinatie van versnelde veroudering (EN 927-6) en Cone Calorimeter (ISO 5660-1), die de wetenschap veelvuldig als niet representatief aantoont.
Intussen zijn de eerste praktische problemen zichtbaar:
Een wetenschapper die iets van hout en brandreactieklasse kent, herkent direct de (heel) problematische gebouwen die gebouwd zijn of worden.
Gevels die door snelle degradatie van brandvertragende behandelingen niet meer voldoen aan hun initiële brandreactieklasse.
Het eerste project in Vlaanderen waarbij een gevel gedemonteerd moet worden met alle financiële gevolgen erbij is ondertussen een feit.
Brandreactieklasse B werd aangetoond via de SBI test (EN13823), maar ging in no-time in vrije val...
Composieten zijn geen alternatief:
Steeds vaker worden (ecologische) composieten naar voren geschoven als de oplossing.
Gelukkig is het antwoord niet zo simpel.
Ze zijn door de aanwezigheid van thermoharders vrijwel steeds een bron van microplastics en zullen hout nooit evenaren.
Tegelijkertijd maken heel wat composieten tegenwoordig ook gebruik van brandvertragende behandelingen en ook daar wordt het tijdseffect genegeerd.
Het is te vergelijken met een coating op een autoband en vervolgens beweren dat de band nooit zal slijten.
In de praktijk weet iedereen dat die coating verdwijnt zodra de band gebruikt wordt.
Hetzelfde gebeurt met brandvertragers in of op composietmaterialen.
Oproep aan de bouwsector
De wetenschap is eensgezind:
- Brandvertragende behandelingen degraderen buitenshuis.
- Alleen natuurlijke verwering is representatief.
- Periodiek onderhoud is noodzakelijk.
Gaat dit een nadelig effect hebben op de kostprijs van gevelbekleding?
Vermoedelijk wel, maar het speelveld wordt hiermee eerlijk verdeeld én een lawine aan problemen in de toekomst wordt vermeden.
Daarom een oproep aan architecten, aannemers en opdrachtgevers:
- Vraag altijd naar onafhankelijke testresultaten na natuurlijke veroudering.
Indien die ontbreken: laat ze uitvoeren. Dat is uw recht.
Zorg dat de duurzaamheid aantoonbaar is met een notifying body.
Voeg je een brandvertragende behandeling toe aan de gevel?
Laat een onafhankelijke derde partij bevestigen dat de geteste producten representatief zijn en dat de blootstellingsperiode correct is vastgelegd.
Controleer altijd of de geclaimde norm toepasbaar is voor uw project.
Bij de duurzaamheid van (gemodificeerd) hout wordt vaak gegoocheld met foutieve normen. Ook bij brandreactieklasse komt dit veelvuldig voor.
Vraag naar duidelijke onderhoudsvoorschriften.
Het onderzoek van Carolina Arvidsson (Lund University, 2023) benadrukt dit nogmaals.
Kortom: stel de juiste vragen en eis onderbouwde antwoorden.
We mogen niet wachten tot een nieuw brandinferno ons met de neus op de feiten drukt.
De ecologische revolutie in de bouw versnelt, en hout zal daarin een absolute koptrekker zijn.
Wanneer we de technische perfectie benaderen, zal deze revolutie alleen maar verder versnellen.

