Bijna tweeënhalf jaar geleden waarschuwde ik voor een aardbeving in de houtwereld. De Europese EN 16755 zou ingrijpend worden aangepast, met mogelijk grote gevolgen voor producenten van brandvertragend behandeld hout. Opmerkelijk genoeg bleef een inhoudelijke reactie vanuit de commerciële sector grotendeels uit. Sterker nog, bij sommige aanbieders zag ik de commerciële claims over het langdurige behoud van brandreactieprestaties juist steeds stelliger worden. Op 18 oktober 2026 werd de herziening van EN 16755 officieel geratificeerd. De voorspelde aanpassingen zijn er, maar wat is er nu juist aan de hand?

Op 10 juni 2024 publiceerde ik de blog "Weer een nieuwe aardbeving in de houtwereld – Mogelijke aanpassing van de EN 16755." (Klik hier om te lezen)
Net nadat gemodificeerd hout uit de befaamde CWFT gehaald werd, kwam de technische duurzaamheid van brandvertragende behandelingen ter discussie.
In de oude blog beschreef ik hoe de EN 16755, de Europese norm voor het behoud van brandreactieprestaties van brandvertragend behandeld hout, waarschijnlijk zou veranderen.

Wat verandert er precies?
EN 16755 is de Europese norm waarmee het behoud van brandreactieprestaties van brandvertragend behandelde houtproducten wordt beoordeeld.

De norm maakt daarbij onderscheid tussen drie toepassingsklassen: INT1, INT2 en EXT.
Vooral EXT is relevant voor houten gevelbekleding die rechtstreeks aan weersinvloeden wordt blootgesteld.

De nieuwe editie brengt enkele belangrijke wijzigingen met zich mee:
- De Cone Calorimeter (ISO 5660-1) verdwijnt als beoordelingsmethode.
- De SBI-test (EN 13823) wordt de aangewezen methode om de brandreactie na verwering te beoordelen.
- Er moeten minstens twee SBI-proeven na verwering worden uitgevoerd.
- De eerdere koppelingen tussen de classificatie en de levensduur van het houtproduct verdwijnen.

Vooral dat laatste punt vind ik bijzonder interessant.

Wat zegt EN 16755 over de levensduur?
De vorige editie uit 2017 legde in bepaalde mate nog een verband tussen bepaalde classificaties en de levensduur van het houtproduct.
In 2026 wordt hiervan bewust afstand genomen.

De nieuwe norm stelt uitdrukkelijk: “Classification does not consider service life.”
Vrij vertaald: de classificatie houdt geen rekening met de levensduur.

Daarnaast verduidelijkt de norm dat een classificatie niet aangeeft hoelang de brandreactieprestaties behouden blijven.
Lees de laatste zin gerust nog een keer.

Een producent kan dus aantonen dat zijn product na een voorgeschreven verweringsprocedure nog aan bepaalde brandreactieprestaties voldoet.
Maar daarmee is niet aangetoond dat deze prestaties behouden zullen blijven.
Dat zijn twee fundamenteel verschillende uitspraken.

En wat met onderhoud of nabehandeling?
Hier wordt het bijzonder interessant.

De nieuwe EN 16755 vraagt bij buitentoepassingen (EXT) dat de producent informatie verstrekt over het onderhoud dat nodig is om de prestaties te behouden, maar de norm bepaalt niet gedurende hoeveel jaren deze prestaties behouden zullen blijven.

Een EXT-classificatie betekent dus niet automatisch dat een brandvertragende behandeling gedurende de volledige levensduur van een gebouw geen onderhoud of herbehandeling nodig heeft.

Dat betekent natuurlijk evenmin dat iedere behandeling periodiek opnieuw moet worden aangebracht.
Maar wie beweert dat een behandeling gedurende 30 of 50 jaar geen herbehandeling nodig heeft, moet die uitspraak afzonderlijk kunnen onderbouwen.

Een EXT-classificatie is geen levensduurgarantie en evenmin een bewijs dat herbehandeling gedurende de volledige levensduur overbodig is.
Waarop zijn dergelijke commerciële claims dan wél gebaseerd?
Dat lijkt me een bijzonder interessante vraag.

Wat betekent dit voor bestaande projecten?
De goedkeuring van EN 16755:2026 betekent uiteraard niet dat alle bestaande gevels plotseling onveilig zijn of vervangen moeten worden.
De norm is bovendien geen rechtstreeks toepasselijke Europese wet.
Maar ondertussen merk ik dat de aandacht voor brandveiligheid van bestaande houten bekledingen sterk toeneemt.

Brandveiligheidsadviseurs stellen opnieuw vragen, technische documentatie wordt opnieuw bekeken en er zijn inmiddels meerdere projecten waarbij houten bekledingen afgekeurd werd en momenteel vervangen wordt.
Het thema ligt meer dan ooit op tafel en wordt gericht onderzocht.

Welke prestaties werden oorspronkelijk aangetoond, welke opbouw werd toegepast en wat mag men vandaag nog verwachten?
Dat zijn vragen die steeds belangrijker worden.

En hoe zit het met onbehandeld hout?
Forestlines® behaalt brandreactieklasse B-s1,d0 zonder brandvertragende behandeling.
EN 16755 is dus niet rechtstreeks op ons systeem van toepassing.

Toch onderzoeken we samen met andere partijen al geruime tijd de invloed van natuurlijke verwering op de brandreactie van onze gevelbekleding.
Dat doen we via EN 927-3 en gedemonteerde realistische gevels, gecombineerd met SBI-proeven volgens EN 13823.

Niet om zomaar een levensduur van tientallen jaren te claimen, maar om wetenschappelijk in kaart te brengen hoe de brandreactieprestaties zich doorheen de tijd ontwikkelen.
Ook wij moeten immers aantonen wat we beweren.

De aardbeving is een feit
Bijna tweeënhalf jaar geleden waarschuwde ik voor deze normwijziging.

Inmiddels is de Europese herziening goedgekeurd.

De Cone Calorimeter verdwijnt als beoordelingsmethode, de eisen aan SBI-beproevingen worden aangescherpt en de grenzen van een classificatie worden explicieter vastgelegd.

Een brandreactieklasse aantonen is één zaak.

Het behoud ervan na een voorgeschreven verweringstest aantonen is een tweede.

Maar aantonen dat deze prestaties gedurende de volledige levensduur van een gebouw behouden blijven, is iets helemaal anders.

En daarmee kom ik terug bij de uitdrukking die ik bijna tweeënhalf jaar geleden al gebruikte:

"Toon het maar eens aan."

Kennis is essentieel om te innoveren.